Geschiedenis

Homeopathie vindt zijn oorsprong in Duitsland. Hahnemann (1755-1843) is de grondlegger van de homeopathie. In die tijd was de reguliere geneeskunde nog met medische handelingen bezig zoals aderlatingen, koude of hete baden en bloedzuigers, en sommige medicijnen zoals kwik waren middelen die nu als vergif te boek staan. Hahnemann vertaalde boeken om zijn medische studie te kunnen bekostigen.

In een van die boeken las hij over het gebruik van kinabast (kinine) bij malaria en om precies de werking te begrijpen heeft hij dit toen zelf ingenomen. Tot zijn verbazing kreeg hij dezelfde klachten die normaal bij malaria voorkomen en verdwenen de klachten zodra hij stopte met innemen. Daarmee is de homeopathie begonnen en dat was de oorsprong voor de twee belangrijkste principes.

– Het gelijke met het gelijkende genezen

– Geneesmiddelen worden getest op gezonde proefpersonen.

Vervolgens is hij steeds meer middelen gaan testen, eerst op zichzelf en later steeds meer op andere groepen. Vanwege de sterke middelen die Hahnemann ook wilde testen is hij de middelen gaan verdunnen en constateerde zo dat die minimale dosis heel sterk werkte. Vanaf dat moment werkte Hahnemann met gepotentieërde geneesmiddelen